Johan Huizinga 1872-1945

Uitgebreide beschrijving

HUIZINGA EXCURSIE – een ode aan Johan Huizinga!

Buiten de excursies, die op aanvraag plaatsvinden, zal ieder jaar als ode aan Johan Huizinga op 31 januari, startend bij het Damsterdiep te Groningen, een gratis (m.u.v. de horeca) Huizinga Excursie plaatsvinden.

1. Damsterdiep
Hier kreeg Huizinga in 1907 het eerste idee voor Herfsttij der middeleeuwen (De Bourgondische eeuw). Op 31 januari 1919 voltooide hij dit boek, waarschijnlijk zijn bekendste werkstuk. Huizinga heeft 12 jaar,  met tussenpozen, aan dit boek gewerkt. Herfsttij is een bijzonder boek waarin hij op verhalende wijze levens- en gedachtenvormen in Frankrijk en de Nederlanden beschrijft ten tijde van de late middeleeuwen (1300-1500). Huizinga heeft mede door dit boek nationaal en internationale bekendheid verworven. Zijn nominatie in 1938 voor de Nobelprijs (literatuur) zegt genoeg over zijn literaire kwaliteiten. Hoe zag het Damsterdiep er honderd jaar geleden uit?

2. Dirk Huizingastraat / UMCG
Deze straat is genoemd naar zijn vader. Deze was hoogleraar in de fysiologie en histologie in wat nu het UMCG wordt genoemd. Zijn vader was in de eerste helft van zijn carrière een veelbelovend wetenschapper maar tot een echte doorbraak is het nooit gekomen. Zijn hypothese dat leven zou kunnen ontstaan uit ‘dode’ materie is onjuist gebleken. Johan Huizinga’s vader was ook een bijzonder getalenteerd schrijver. Jaren schreef en redigeerde hij artikelen, o.a. voor het populair natuurwetenschappelijk blad ‘Isis’.

3. Hoek Oosterstraat – Papengang
Dit is het geboortehuis van Johan Huizinga (7 december 1872). Maar er zijn twee hoeken:
1. Catwalk, 2. Runners, welk huis is het? In de Papengang was eind negentiende eeuw een waterput met het helderste water van de stad Groningen: zou hier een relatie liggen met de heldere geest van Huizinga? Of Johan zijn oudere broer ‘Jakob’ hier ook is geboren is niet bekend. Even doorlopen in de Oosterstraat naar het Schimmelpenninck Huys (nr. 53). Hier is haast iedere dinsdagavond een filosofisch – en vaak ook historisch – café.

4. Lopende Diep 1
Toen Johan 1½ jaar oud was overleed zijn moeder onverwacht tijdens een vakantie bij haar schoonvader op Texel. Niet lang na haar dood verhuisde de familie naar het Lopende Diep.
Zijn vader hertrouwde spoedig en Johan kreeg in 1885 nog een halfbroertje: ‘Herman’.
Er is een bijzondere gevelsteen in de zijgevel: hoe vaak zal hij hier naar gekeken hebben? Met welke gedachten?

5. Ossenmarkt
Op zijn zesde (1879) was Johan Huizinga op de Ossenmarkt getuige van een maskerade georganiseerd door de studentenvereniging Vindicat (lustrumfeest). Hier is zijn historische belangstelling gevoed. Vijftien jaar later organiseerde Huizinga zelf het Vindicat lustrum.

6. Het Klooster bij de Butjesstraat
Volgens Beno Hofman (Groninger Archieven) zat Johan Huizinga op de Eerste Groninger Jongensschool in het Klooster. De school stond achter de Michaelschool, op de plek van het huidige bejaardenhuis, achter de Doopsgezinde kerk.

7. Koffie in Konditorei ’Bommen Berend’ (thema: historische sensatie)
Wat maakt Huizinga nou zo bijzonder? We staan stil (gaan zelf zitten) bij de ‘Historische sensatie’ van Johan Huizinga en ‘Sublieme historische ervaring’ van Frank Ankersmit. Is dit de kracht van Groningen? Ervaren – sensatie!. Hier is Groningen echt bijzonder in! Beleving. Nog even dit: weet dat Huizinga geboren is in het jaar dat de stad het tweede eeuwfeest vierde van Gronings Ontzet (1672-1872)! Ook wordt stil gestaan bij Huizinga’s liefde voor de ‘Tachtigers’. Hierbij zeker ook aandacht voor Lodewijck van Deyssel, van hem kreeg (?) Johan Huizinga het woord ‘sensatie’. Frederik van Eeden vormt het toetje, e.e.a. ter illustratie van de tijdgeest in Huizinga’s studiejaren.

8. Praedinius Gymnasium
In 1885 ging hij naar het Stedelijk Gymnasium. Was vaak de beste van de klas. Bekend is dat hij een keer als prijs koos voor een Duitstalig sprookjesboek van Andersen. In Beno Hofman’s boek ‘Het Groningse Onderwijs’ ziet u Huizinga voor het Praedinius – en meer!

9. Turftorenstraat 15
Tijdens zijn gymnasium periode woonde Johan met broers en ouders in de Turftorenstraat op het huidige nummer 15. Laten we hier ook eens een kijkje nemen bij ‘Timbuctoo’, het antiquariaat aan de overkant. Hebben ze boeken van Huizinga op de plank staan? Welke titels zijn gewild?.

10. Hoge der A – 19
Hier woonde hij tijdens het eindexamen jaar van het Gymnasium. Zou dit pand, zoals vele panden langs de Lage der A en de Hoge der A, ook uit de Middeleeuwen dateren? Ligt hier een relatie met z’n meesterwerk ‘Herfsttij der middeleeuwen’? Wat deed het Huizinga als hij uitkeek over de A? Hoe zag die A er eigenlijk uit in 1890?

11. Universiteit
Hij ging Letteren studeren. Een eerste voorstel voor promotie ‘Inleiding en opzet voor studie over licht en geluid’ – een bijzonder voorstel – werd niet gehonoreerd: te veel diepgang?
Huizinga promoveerde in 1897 op ‘De vidûsaka in het Indisch Tooneel’.

12. Doopsgezinde kerk / Oude Boteringestraat 33
Op achttienjarige leeftijd liet Johan zich hier dopen. Zijn opa was doopsgezind dominee op Texel, zijn vader had het (doopsgezind) geloof op dramatische wijze in zijn jeugd afgezworen. In 1915 -toen Huizinga definitief uit Groningen vertrok- bestond dit gebouw 100 jaar en was het net gerenoveerd. Over het –doopsgezind- geloof van Johan, vader Dirk en opa Jakob (Den Burg/Texel) valt een boek te schrijven.

13. Noorderbegraafplaats (we pakken de bus)
Hier bezoeken we het familiegraf van Johan Huizinga’s vader Dirk (1840-1903), zijn halfbroer Herman (1885-1903) en zijn stiefmoeder Harmanna Huizinga-de Cock (1847-1910). De Groninger historicus Wessel Krul vermoed dat Johan Huizinga mede vormgever is van het grafmonument.

14. Lunch in Huis de Beurs (thema: Haarlem, Middelburg)
Was Huis de Beurs er al ten tijde van Huizinga? Ja! Hier werd in 1885 de Sociaal Democratische Bond opgericht (voorloper van de PvdA), zou de liberaal Huizinga hier ooit zijn geweest? We blikken hier wat verder dan Groningen. We staan stil bij: 1) zijn ontmoeting met Mary, jonkvrouw en burgemeestersdochter uit Middelburg. 2) zijn leraarschap geschiedenis aan de HBS te Haarlem, 3) het huwelijk met Mary en een tentoonstelling te Brugge,  4) zijn colleges over studie en waardering van het Boeddhisme aan de Universiteit van Amsterdam.

15. Broerplein – Academiegebouw
Hoogleraarschap en esthetiek! Zijn oratie in 1905: ‘Het Aesthetisch Bestanddeel van Geschiedkundige Voorstellingen’. Waarschijnlijk was zijn studie over de geschiedenis van Haarlem een soort ‘proeve van bekwaamheid’. In 1906 – een jaar later – brandde het Academiegebouw af.

16. Selexyz Scholtens
We gaan de laatste drukken van ‘Herfsttij der middeleeuwen’ bewonderen! Zijn er nog meer werken van Huizinga te koop? Homo Ludens? Erasmus? In de schaduwen van morgen?

17. Emmaplein 4
In 1905 kwamen Johan Huizinga, zijn vrouw Mary Vincientia Schorer en hun kinderen in
Groningen wonen. In 1906 werd zoon Leonhard geboren die later bekend verwierf als schrijver van o.a. ‘Adriaan en Olivier’. Werkdiscipline en een terugblik op Huizinga’s ‘Damsterdiep ingeving’ staat hier op de agenda en ……. de typische ‘Art Nouveau’ (Nieuwe Kunst/Jugendstil) architectuur als uitingsvorm van de ‘Fin de Siècle’ (Eind van de eeuw) periode = 1890-1914.

18. Groninger Museum
Huizinga organiseerde zelf een tentoonstelling waar o.a. werk van Toorop en Van Gogh werd geëxposeerd – waar en wanneer was dat – en hoe verliep dit? Ook is hij jaren lid geweest van een landelijke museumcommissie. Zijn liefde –en meer- voor de schilderkunst (Van Eyck) en de invloed van een tentoonstelling te Brugge in 1902 moet vermeld worden!

19. Verlengde Hereweg 183 (met de bus)
In 1911 betrok de familie Huizinga deze villa gebouwd in 1905 naar ontwerp van P.M.A. Huurman. De villa wordt momenteel (november 2011) gerestaureerd. De naam ‘Klein Toornvliet’ is afgeleid van de naam van het ouderlijk huis van zijn vrouw: ’t hof Toornvliet, een pracht van een buitenplaats in Middelburg. In deze periode schreef en redigeerde Huizinga het gedenkboek van de 3e eeuw Groningse Universiteit. Een werkstuk dat hij tot een van zijn beste rekende. Hier werd ook zijn vrouw ziek, ze overleed op 21 juli 1914, tien dagen voor het uitbreken van de wereldoorlog.

20. Begraafplaats ‘De Eshof’ te Haren (ook bussen!)
Hier vinden we het graf van zijn eerste vrouw Mary Vincentia Huizinga-Schorer met een door Huizinga ontworpen steen. Huizinga is bijna 42, een dieptepunt in zijn leven en moment van wending.

21. Diner in’t Feithhuis (thema: Van Leiden tot De Steeg)
Dit huidige restaurant was vanaf 1890 de woning van het gezin van J.A. Feith, die twee jaar later als rijksarchivaris in de voetsporen van zijn vader en grootvader trad. In 1916 verkochten de erven het huis aan de gemeente. Huizinga ging met verschillende Feith’s vriendschappelijk om, en heeft zeker het huis in zijn oorspronkelijke staat van binnen gezien. Huizinga heeft in 1914 de Groninger Universiteit nog getrakteerd op een prachtig jubileumboek over de 3e eeuw van zijn bestaan. Tien dagen na het overlijden van zijn vrouw was in Europa de oorlog uitgebroken: Europa verloor zijn onschuld. Huizinga vertrek naar Leiden, Bine de Sitter zorgt voor de kinderen.



2 Comments

  1. theojj zegt:

    Ik vraag me af of iemand weet wanneer de genoemde tentoonstelling is geweest.

    Bine de Sitter is getekend door Jan Toorop, heeft iemand een afbeelding hiervan?

    • Jilles van den Doel zegt:

      De Toorop-tentoonstelling was in juni 1896 in het Museum van Oudheden te Groningen. Een werk van Toorop afbeeldende Bine de Sitter is mij onbekend.

      Uit: ‘Mijn weg tot de historie’, Johan Huizinga, 1947, blz. 28/29 – Biografisch werk geschreven tijdens zijn ballingschap in De Steeg, uitgegeven na zijn overlijden.

      Nu was een Toorop-tentoonstelling onze groote wensch, en weer slaagden wij, dank zij Leuring, in het bijeenbrengen van een werkelijk representatieve keur van ’s meesters werken. Wij hadden de beschikking over een ruime expositiezaal in het Museum van Oudheden, later Groningsch Museum genoemd. Om een goed fond te krijgen, kochten wij een groote hoeveelheid wel wat al te groen satinet, en bespanden daarmee eigenhandig onze tentoonstellingszaal. Die stof is later, toen zij geen dienst meer deed, in mijn bezit gebleven, en heeft mij nog jaren gediend om mijn kamer Dreef 4 te Haarlem mee te bekleeden. Wij hadden van Toorop werken uit zijn Katwijkschen tijd, wij hadden Les Rôdeurs, De Drie Bruiden, den Tuin der Weeën, La nouvelle Génération, Le Passeur d’eau (naar het gedicht van Verhaeren) en nog tal van andere zaken. En bovendien wij hadden den Meester zelf. Het was juni 1896 en heerlijk zomerweer. Toorop was wel een week of langer in ons midden. Hij was toen op zijn prachtigst, 36 jaar, een Oostersch vorst, met zijn betooverende zachte stem en zijn niet altijd even betooverende welsprekendheid, als hij zijn werken uitlegde en vaagweg naar de duinenlijn wees, die veelal zijn horizont vormde, waarbij zijn beminnelijk betoog wegstierf in een gemompel: de duinen, het mysterie. In de lange heldere zomeravonden reden wij met hem naar de Appelbergen, toen nog niet verkeerdelijk Appèlbergen genoemd, dat bekoorlijke terrein van kleine heuveltjes en kampjes land daartusschen, achter Harendermolen, nu alles al lang geslecht en verdwenen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *