Johan Huizinga 1872-1945

Geschonden leven

In 1933, Hitler was in januari in Duitsland aan de macht gekomen, stuurde Huizinga – hij was universiteitsrector – de leider van een Duitse studentendelegatie, nadat bekend was geworden dat deze de auteur was een aantal antisemitische geschriften, van de universiteit van Leiden. Hierop vertrok de gehele Duitse delegatie. Twee jaar later – midden in de  crisistijd – schreef Huizinga zijn cultuurkritiek ‘In de schaduwen van morgen’.

In 1942 werd Huizinga door de bezetter opgepakt en in het gijzelaarskamp te St. Michielsgestel opgesloten, hij verbleef daar tweeëneenhalve maand. Min of meer hierop aansluitend leefde hij vanaf november 1942 in ballingschap met vrouw en dochter onder redelijke omstandigheden in De Steeg, nabij Arnhem. Hij schreef daar zijn op opbouw gerichte ‘Geschonden wereld’ en een beknopte autobiografie.

Na de slag om Arnhem en de spoorwegstaking (17 september 1944) lijkt hij zich meer geïsoleerd te gaan voelen en onzekerder te worden over het verloop van de oorlog. In de strenge winter van 44/45 (hongerwinter) wordt ook het wooncomfort minder. Huizinga sterft na een kort ziekbed onverwacht op 1 februari 1945. Op 16 april, ruim twee maanden later, wordt De Steeg bevrijd.

Aanleiding voor het project ‘Geschonden leven’ vormen recent verworven onbekende brief en briefkaart die Huizinga – 10 dagen voor zijn overlijden – aan zijn oudste dochter heeft geschreven. Het plan is Huizinga zijn leven – vanaf 17 september 1944 – nauwgezet te beschrijven. De relatie met de oorlogsgebeurtenissen, en de informatie daarover, vormen de context voor de vraag of Johan Huizinga een oorlogsslachtoffer genoemd kan worden.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *